Snoek

Snoeken zijn echte roofvissen en hebben geen natuurlijke vijand behalve zichzelf. De Latijnse naam voor snoek is “Esox lucius”.  Door de complexe graten structuur wordt het eten van de snoek niet aangeraden. In Nederland is het snoekvissen een van de populairste takken van de vis sport.

Latijn: Esox lucius
Orde: Salmoniformes
Familie: Esocidae
Max. lengte: 1.40 m (wijfje) en 85 cm (mannetje)
Gem. lengte: 60 cm
Max. gewicht: 20 kg (wijfje)

Kenmerken:
De snoek heeft een slank, torpedovormig lichaam. De kop is vrij groot met een afgeplatte bek waarin zich op de tong en de beenderen van de mondholte vele kleine vangtanden bevinden. De grotere vangtanden bevinden zich op het dekbeen van de onderkaak. De kleur varieert van bronsgroen naar lichtere kleuren groen. Dit heeft te maken met de helderheid van het water en andere factoren die de lichtinval beïnvloeden(bijv. bomenrij).

De onderkant van de kaak is groter als de bovenkant en steekt een stuk uit. Een vrouwtjes snoek kan wel tot 1,50 meter groot worden terwijl het mannetje maar maximaal 1 meter wordt.

Verspreiding:
Omdat de snoek een echte zichtjager is, geeft deze de voorkeur aan helder water. Vaak wordt beweerd dat Esox vaste standplaatsen heeft. Dit is ten dele waar. Hij houdt van dekking en bescherming, vaak zijn snoeken dus te vinden bij bruggetjes, overhangende bomen/struiken, plantenbedden, randen van taluden, onder steigers of woonboten enzovoort. De snoek is echter ook afhankelijk van z’n voedsel. Vooral in de winter trekken grote scholen witvis samen en dus zal de snoek zn vaste standplaats moeten verlaten om op die manier toch een maaltje vis naar binnen te kunnen werken.

De snoek komt vooral voor in zoetwater in Nederland en België maar er zijn ook gevallen bekend van snoeken in brakwater. Ook in andere delen van Europa, Noord Amerika en zelfs Azië leven ook snoeken en snoek-achtigen.

Voedsel:
De snoek is een echte jager. Op het menu staan hoofdzakelijk voorn en blei/brasem. Afhankelijk van het type aasvis dat in een water veel voorkomt, kan de snoek zich ook daarop toespitsen. Succesvol wordt er bijvoorbeeld ook gevist met baars. Zelfs soortgenoten zijn niet veilig voor de snoek en kannibalisme komt regelmatig voor.